Belang van het kind? Nee, een rechtsstaat voor het
kind!
Mr Ir P.J.A. Prinsen, oud-advocaat familierecht
Wie is er nu
tegen het belang van het kind? Niemand toch?
Conclusie:
wie zich daar toch op beroept om zijn daden, beleid of beslissing te
motiveren komt blijkbaar argumenten tekort.
Kinderbeschermers, Kinderrechters, Jeugdzorg leggen een
overdreven nadruk op het belang van het kind. Zij claimen met dat argument het
octrooi op het gelijk. “Wie niet vóór ons
is, is tégen het kind”, zeggen zij eigenlijk (en zelf geloven zij daar
heilig in). Dat kàn natuurlijk niet in een rechtsstaat. De alarmbellen zouden
moeten gaan rinkelen bij ieder inroepen van het belang van het kind-argument.
Toch is het belang van het kind al decennia lang de niet om nadere motivering
vragende, politiek correcte dooddoener van autoriteiten bij letterlijk elk
debat, elke beslissing over kinderen, en de door de wetgever veelgebruikte
blanketkwast voor quasi-recht.
Wie
kritiek heeft op doen en laten van kinderbeschermers of kinderrechters vindt
altijd dat belang van het kind-argument tegenover zich. Wie zich dan laat
verleiden dat argument te weerleggen of relativeren trapt in een valkuil.
Immers, de criticus ontkomt er dan niet aan te wijzen op “ook andere belangen”…
en daarmee bezegelt hij zelf de onhoudbaarheid van zijn kritiek. Want wie is er
nu tegen het belang van het kind? Dat moet toch de doorslag geven? Niet doen
dus. Niet relativeren, maar verwerpen, want het “belang van het kind-argument”
is een drogreden, een valse discussiemethode die de aandacht afleidt van de
kern van de kritiek en van de desastreuze gevolgen van de
belang van het kind-filosofie.
Trap er niet in! Het debat moet gaan over
transparantie en “accountability” (rekenschap) en over
basale vragen als: “Waar bemoeit u zich
mee? Wat is uw wettelijke taak, wat zou die moeten
zijn? Is uw interventie naar vorm, bereik en inhoud
geoorloofd en dwingend noodzakelijk in een samenleving die gelooft in
mensenrechten en rechtsstaat? Respecteert u oprecht de integriteit van het
ouderschap als beginsel. Heeft u zorgvuldig onderzoek
gedaan? Spreekt u de waarheid? Kunt u dat bewijzen? Heeft
u distantie? Is uw optreden adequaat, effectief of
misschien juist wel contraproductief, de juiste en proportionele aanpak van het
probleem?”
Immers, als er ruimte is voor misleiding en
willekeur van en door autoriteiten, wat heeft het dan voor zin om
te twisten over de belangen van het kind? Kinderen hebben primair recht op
“Een rechtsstaat voor het kind”.
|
DE CASUS: Vader en moeder Van
Elst ervaren in hun gezin (dochter van 12, zoon van 9) een probleem met
hun dochter: zij heeft last van smetvrees. De ouders willen dat aanpakken
vóórdat zij aan haar middelbare school begint. Vader en moeder hebben
“passende” hulp gezocht en geloven die gevonden te hebben bij een
instituut voor Psychiatrische Dagbehandeling – voor beide pubers, want “zij maakten zoveel ruzie”. Over de aard van
de dagbehandeling van de kinderen bevat de reportage geen informatie,
evenmin over psychiatrische stoornissen bij de kinderen. Het instituut voor dagbehandeling roept bij
beide kinderen grote aversie op, maar hun aversie wordt niet serieus genomen.
Het instituut twijfelt blijkbaar niet aan zichzelf.
Zonder vertrouwensbasis van de beide kinderen wordt de behandeling
voortgezet. De kinderen worden wanhopig van het feit
dat zij voor hun aversie tegen de (psychiatrische!) dagbehandeling geen gehoor
vinden. In theatrale bewoordingen en gedragingen verwijzen zij thuis (in
woord en spel) naar zelfmoord. De ouders kaarten dit aan bij een van de
behandelaars. Als de ouders weg zijn doet deze heimelijk
aangifte van zelfmoorddreiging bij Jeugdzorg. Zonder onderzoek overvalt de
Kinderbescherming het gezin, haalt de kinderen met de politie uit huis en
brengt hen voorlopig voor zes weken naar een geheime plaats. Ondertussen gaan
Jeugdzorg en Kinderbescherming op zoek naar onderbouwing voor hun actie.
De ouders zijn weerloos, net als hun kinderen. Bij de psychiater van de
dagbehandeling kan Jeugdzorg die gewenste onderbouwing niet vinden: geen
sprake van acuut gevaar van suïcide. Dan maar naar andere “deskundigen”. Op basis van een door
Raad of Jeugdzorg gefabriceerd verhaal, en zonder de kinderen gezien te
hebben, verklaren die andere deskundigen telefonisch aan Jeugdzorg of Raad
dat sprake is of kan zijn van suïcidegevaar en van seksueel misbruik. Het gefabriceerde verhaal
en de verklaring van de andere deskundigen leggen zij voor aan de
kinderrechter, terwijl zij het ontkennende rapport van de voor de
behandeling verantwoordelijk psychiater achterhouden. De kinderrechter
geeft klakkeloos aan Jeugdzorg de gevraagde definitieve machtiging uithuisplaatsing. |
Op maandag 22 september 2008 zond de
actualiteitenrubriek EénVandaag
een schokkende reportage uit over Jeugdzorg. Vader en moeder Van Elst hadden hulp
ingeschakeld in verband met een smetvreesprobleem van hun twaalfjarige dochter.
In het kader hiernaast wordt beschreven hoe dit leidde tot een politie-inval
waarbij Jeugdzorg hun beide kinderen uit huis haalden en overbrachten naar een
geheim adres. Machteloos moesten zij toezien hoe de kinderrechter voor beide
kinderen een uithuisplaatsing bekrachtigde.
Micha de Winter (Hoogleraar Pedagogiek) wijst er in de uitzending op
dat Jeugdzorg is doorgeslagen na "Savanna" (september
2004). Er moet, zo zegt hij, niet alleen naar het belang van het kind
gekeken worden, maar ook naar het belang van het gezin of van de ouders.
Kinderen hebben hun ouders nodig, hun leven lang.
Dan reageert Tweede Kamerlid Mirjam Sterk (CDA) op de casus. Haar
conclusie is verbijsterend:
a. Er moet
meer hulpverlening komen voor de achterblijvende ouders.
b. Er
moet meer hulpverlening komen voor kinderen in de thuissituatie.
c. Van alle
hulpverleners die zich met een gezin gaan bemoeien moet er één
eindverantwoordelijkheid dragen; de wethouder1 moet daarop
“afgerekend” kunnen worden.
d. Er moeten meer gezinsvoogden worden aangesteld want
zij hebben het veel te druk.
Dat de zaak ontspoord is schijnt niet tot haar door
te dringen. De minister aan de tand voelen komt niet bij haar op.
CONCLUSIE
Waar ging deze casus ook weer over?
• De ouders zochten en kregen hulp -
psychiatrische dagbehandeling voor hun kinderen. (Vraag: was er dan sprake van
een psychiatrisch probleem?)
• De hulp werkte averechts - het probleem werd groter, maar de
“hulp” ding door.
• In plaats van eigen falen in overweging te nemen als oorzaak lieten
de hulpverleners de kinderen uit huis halen.
• De
kinderrechter liet zich, als een soort collega van Kinderbescherming en
Jeugdzorg, misleiden en bekrachtigde de uithuisplaatsing.
Wacht u voor inschakelen van hulp of
opvoedondersteuning
(zoals het Centrum voor Jeugd en Gezin)!
POLITIEKE CORRECTHEID.
Karakteristiek is de reactie van de politiek (bij
monde van Mirjam Sterk, CDA): Bij falen van de remedie: méér van hetzelfde,
niet alleen op de werkvloer, maar ook politiek: Over meerdere decennia
bezien blijkt "de politiek" met een navrante vorm van
estafettewetgeving bezig te zijn, met het kinderbeschermingsgedrocht als estafettestokje:
• In de
eerste helft van de vorige eeuw was de (toenmalige) Voogdijraad uitgegroeid
tot de meest gehate institutie van
het land. De volksmond sprak van "Kinderdief" (voor die tijd een
gedurfd scheldwoord).
• In 1954
heette het in de wet tot reorganisatie van de Voogdijraden, in parlementair
understatement: "dat een wijziging van de naam wel
wenselijk is, al ware het slechts, omdat de naam "voogdijraad" bij
het publiek langzamerhand een minder gunstige klank gekregen heeft, hetgeen aan het werk van de raad niet ten goede komt". Remedie: de Voogdijraden werden vervangen door de Raden
voor de Kinderbescherming.
• In de
90-er jaren waren het de Raden voor de Kinderbescherming die getergde ouders
aanzetten tot een Zwartboek Kinderbescherming en tot de roep om een
parlementaire enquête. Remedie: een
nieuwe bureaucratische schil: Bureau Jeugdzorg, geplaatst vóór de
Raad voor de Kinderbescherming en geflankeerd door Advies- en Meldpunt
Kindermishandeling (AMK).
• Weer
volkshaat. Remedie: weer een
bureaucratische schil vóór het Bureau Jeugdzorg: Centra voor Jeugd en Gezin,
ingesteld door de nieuw bedachte minister voor Jeugd en Gezin. Nieuwe wapens om
de ouders in de houdgreep te houden: elektronisch kinddossier
en verwijsindex. Alle artsen, leraren en onderwijzers, maatschappelijk
werkers, vroedvrouwen enz. enz. worden onbezoldigde opsporingsambtenaren:
méér van hetzelfde. Gevolg: wachtlijsten, meer geld,
meer wachtlijsten, nog meer geld enz.
WAT DAN?
Voor de hand lijkt de vraag te liggen wat er dàn
moet gebeuren.
Dat is de verkeerde vraag.
De Eén-Vandaag-casus noopt, op alle niveaus, van politiek tot werkvloer,
enkel tot de nimmer gestelde
vraag: "Waar zien wij
het fout?" Het antwoord op die vraag luidt: "Wij moeten ophouden met ons te verschuilen achter het Belang van
het Kind als rechtvaardiging van al dan niet gedwongen hulpverlening".
Bekommernis om het belang van het kind mag ons nooit
verleiden tot politieke hysterie1, tot sjoemelen met de waarheid,
tot rechters misleiden, tot ouders als lastige, maar verder irrelevante
entiteiten te beschouwen.
Wij moeten terug naar een rechtsstatelijker houding, waarin de integriteit van het ouderschap weer
wordt gerespecteerd en Staatsopvoedingsverantwoordelijkheid in de ban is. Dat
betekent: Hulpverleners zíjn niet "verantwoordelijk" voor de
kinderen van burgers. Ook ambtenaren (Rechters, Raad voor de Kinderbescherming,
Jeugdzorg) zijn dat niet. Ambtenaren zijn dienaren van de Rechtsstaat. Zij bedriegen niet, zij vervalsen niet, zij misleiden de rechter niet,
zij zijn deugdzaam en zelfkritisch, zij respecteren de autonomie van de
burgers, zij bewaren distantie. Hun optreden wordt door niets anders
gerechtvaardigd dan door de deugdelijk en rechtsstatelijk aangetoonde noodzaak
tot interventie. Kortom: zij allen gedragen zich “magistratelijk”, en dan niet
voor de Bühne maar oprecht. Zij
dienen zich te realiseren dat zij nooit alle ongelukken met kinderen kunnen
voorkomen, zelfs niet al zouden zij alle burgerkinderen2 opsluiten
in tehuizen.
Dat
vergt een andere filosofie, hermetische schotten tussen kinderbescherming en
jeugdhulpverlening en decimering van de budgetten.
1 Denk aan wethouder Geluk, die in Rotterdam maar liefst
6.000 Maasmeisjes meent te zien…! (NRC 6-6-2007)
2 En nog eens: NRC 24-11-2007