Een Kantiaanse benadering van het familierecht

INHOUD:
NOTEN:

1] Vgl. Achterhuis, H. Politiek van goede bedoelingen. Amsterdam, 1999.

2] Garsen, J., J. de Beer, P. Cuyvers, A. de Jong. Samenleven, Nieuwe feiten over relaties en gezinnen. Centraal Bureau voor de Statistiek/ Nederlandse Gezinsraad, 2001, pag. 104.

3] Kamerstukken II 1996-1997, 25 451, nr. 1, (Herziening scheidingsprocedure) pag. 6, laatste alinea.

4] Kamerstukken II 1984-1985 18964, nr. 3, Memorie van Toelichting blz. 16. (Nadere regeling van de omgang in verband met scheiding).

5] 'Anders scheiden', Commis­sie Herzie­ning Schei­dingsproce­dure (Commissie De Ruiter), 2 oktober 1996.

6] Kamerstukken II 1996-1997, 25 451, nr. 1. Herziening scheidingsprocedure. Brief van de Staatssecretaris van Justitie d.d. 11 juli 1997.

7] Kamerstukken II 1998/1999, 25 451 nr 3, Verslag van een algemeen overleg op 1 oktober 1998, pag. 2

8] Chin-A-Fat, B.E.S. (1999). Effectuering van omgang in rechtsvergelijkend perspectief. Vrije Universiteit, Amsterdam.

9] Chin-A-Fat, B.E.S. en M.J. Steketee (juli 2001). Bemid­deling in uitvoering. Evaluatie experimenten scheidings- en omgangsbemiddeling. Vrije Universiteit / Verwey-Jonker-insti­tuut.

10] Chin-A-Fat, B.E.S. en M.J. Steketee. 'Evaluatie experi­menten scheidings- en omgangsbemiddeling'. FJR, nr. 11, novem­ber 2001, p. 296 e.v.

11] Hoefnagels, G.P., Handboek scheidingsbemiddeling. Media­ti­on als methode van recht en psychologie. Deventer. 2000.

12] T.K. Algemeen Overleg Vaste Commissie voor Justitie 13 november 2002

13] Hoefnagels, G.P., t.a.p. blz. 25.

14] Het belang van het kind. De heersende opvatting over legitimatie van overheidsop­treden is niet het toepassen van het recht, maar het behartigen van de belangen van het kind zodra de ouders niet capabel zijn om de belangen van hun kind centraal te stellen.

15] Hoefnagels, t.a.p. pag. 198, stelling 37: "'Het belang van het kind' is nauwelijks een geschikt criterium voor oplos­sing van het conflict in kinderzaken, behalve om vast te stellen dat de juridische partijenstrijd tegen dat belang is".

16] Hessing D.J. en P.J. van Koppen. "Het Hart van de Rechts­psychologie" in Het Hart van de Zaak. P.J. van koppen, D.J. Hessing en H.F.M. Crombach, red. Deventer 1997

17] Watzlawick P., J.H. Beavin, D.D.Jackson. De pragmati­sche aspecten van de menselijke communicatie. Houten/Zaventem 1974

18] Van Koppen P.J., D.J. Hessing en H.F.M. Crombag. Het Hart van de Zaak. Psychologie van het Recht. Deventer 1997, p. 9

19] Immanuel Kant. Kleine werken. De eeuwige vrede, eerste bijlage. Vert.: Bernard Delfgaauw. Kam­pen. 2000. p. 285.

20] De huidige regeling van het verzoek tot eenhoofdig gezag ex art. 1:251 lid 2 BW past niet in het systeem der wet: onvrijwillige beperking van het ouderlijk gezag behoort als ontzetting in de afdeling kinderbeschermingsmaatregelen thuis.

21] Immanuel Kant. Kleine werken. De eeuwige vrede, tweede afdeling (aan­vang). Vert.: Bernard Delfgaauw. Kampen. 2000. p. 269.

22] Kant. t.a.p. Eerste bijlage, (onderdeel 11 en 12 in de verta­ling van Delfgaauw, p. 285)

23] Art. 279 Wetboek van Strafrecht.

24] Art. 812 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

25] - Wet van 6 mei 1971, S.290, houdende herziening van het echtscheidingsrecht, zoals deze wet is gewijzigd bij Wet van 9 juni 1971, S.380, houdende wijziging van de Wet herzie­ning echtscheidingsrecht (in werking getreden op 1 oktober 1971). - Wet van 6 mei 1971, S.291, tot wijziging van de wetgeving naar aanleiding van de herziening van het echtscheidingsrecht.

26] Er werd aan artikel 161 een lid 5 toegevoegd, luidende: "De rechter kan op vordering onderscheidenlijk verzoek van beide ouders of van een van hen een regeling treffen inzake de omgang tussen het kind en de ouder die niet met het gezag over het kind is of zal worden belast".

27] Tot stand gekomen op aandrang van de Commissie Jeugdbe­schermingsrecht. Rapport van de Commissie voor de herziening van het Kinderbeschermingsrecht, ("Commissie Wiarda"), 's-Gravenhage 1971/ Staatsuitgeverij, p. 112 e.v.

28] Wetsontwerp 15 638. Herziening van het scheidingspro­ces­recht en het omgangsrecht.

29] Tweede Kamer, zitting 1978-1979, 15 638, nr. 4, Bijlage 4, pag. 80.

30] HR 2 mei 1980, NJ 1980, 537

31] Wet van 13 september 1990, Stb. 482, houdende nadere regeling van de omgang in verband met scheiding.

32] Wet van 6 april 1995, Stb. 240, tot nadere regeling van het gezag over en van de omgang met minderjarige kinderen. Door deze wet kreeg de wettelijke regeling zijn huidige vorm en plaats.

33] Comité van Ministers, beslissing d.d. 10 december 1982, NJ 1983, 191.

34] NORMEN 2000. Beleidsregels met betrekking tot de werk­wijze van de Raad voor de Kinderbe­scher­ming. pag. 52.

35] Hoefnagels, t.a.p. blz. 131.

36] P.J.A. Prinsen, Rechtszekerheid en Omgangsregeling, Tijdschrift voor Familie- en Jeugdrecht december 1992 met een reactie van o.m. A.C. Quik-Schuijt, p.248.

37] HR 15 dec. 2000, NJ 2001/123

38] Teeffelen, P.A.J.Th.van, Gezamenlijk gezag na schei­ding: tijdbom, lege huls of groeimodel? FJR 2000 nr. 2, p. 26 e.v.

39] S.Wortmann. Perspectief, Informatie en Opinieblad voor de Jeugdbescherming, nr 4, juni 2002, p. 26. Ministerie van Justitie.

40] P.J.A. Prinsen. Perspectief, Informatie en Opinieblad voor de Jeugdbescherming, nr 5, juli 2002, p. 16. Ministerie van Justitie.

41] E. Nicolai (Nederlandse Gezinsraad). Perspectief, Informatie en Opinieblad voor de Jeugdbescherming, nr 5, juli 2002, p. 17. Ministerie van Justitie.