MR IR PETER PRINSEN, oud-advocaat
14 juni 2010
In 1985 definieerde de Amerikaanse kinderpsychiater Gardner het type ontwikkelingsstoornis dat hij Ouderverstotingssyndroom (parental alienation syndrome, PAS) noemde. Het betreft een gestoorde, gepolariseerde werkelijkheidsbeleving van een kind omtrent ieder van zijn ouders, vaak, maar niet alleen, in scheidingssituaties. Het syndroom is een gevolg van expliciete dan wel bedekte extreme beïnvloeding door een van de ouders van het kind gericht tegen de andere ouder, met het gevolg dat het kind die andere ouder verstoot.
In 1999 vestigde Joep Zander de aandacht in Nederland op het feit dat Gardner een naam had gegeven aan een verschijnsel waar zo veel gescheiden vaders (soms ook wel moeders) en hun kinderen mee te maken hadden. Doordat het verschijnsel nu een naam heeft is het hanteerbaar voor discussie en wetenschappelijk onderzoek. Vanaf dat moment is de informele erkenning van het syndroom in de Nederlandse rechtspleging in het Famile- en Jeugdrecht langzaam aan een opmars begonnen.
PAS heeft nog geen formele status als klinisch syndroom. Het is nog niet geregistreerd in het Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM). Zo'n registratie vergt een langdurig voortraject en een wereldwijde campagne. DSM-IV (1994) kwam voor PAS te vroeg. DSM-V wordt verwacht in 2013.
Na het overlijden van Gardner in 2003 moest de campagne voor de erkenning van PAS het helaas stellen zonder de autoriteit van zijn grondlegger.
Joep Zander vestigde er de aandacht op dat in Amerika de discussie over registratie van PAS recentelijk weer is opgelaaid. In De Pers d.d. 9 juni 2011 wordt de inzet van die discussie samengevat met de vraag: "Is het een psychiatrische aandoening of een vervelend bijeffect van ruziënde ouders?"
Een van de Amerikaanse pleitbezorgers van erkenning en registratie van PAS in DSM-V is Chelsea Williams uit het Amerikaanse Oregon. In het dagelijks leven houdt zij zich bezig met "Small Business Services" en met Massage therapie. Met PAS heeft zij te maken als ervaringsdeskundige. Zij is een moeder die haar zoons van 16 en 17 nauwelijks nog te zien krijgt omdat de kinderen niet willen. Zij leidt als Editor de "Parental Alienation Global Directory". Een medestander dus van het pro-registratie-kamp.
Waarom moet PAS volgens Chelsea Williams opgenomen worden in DSM-V? Haar standpunt zoals verwoord in het artikel van De Pers luidt: 'Als PAS in de DSM-V staat, kunnen we een beroep doen op financiële bijstand. Verzekeringsmaatschappijen betalen pas als een aandoening is erkend door de DSM, het is het officiële stempel van geloofwaardigheid vanuit een wetenschappelijk standpunt.
Als Gardner dit zou horen zou hij zich omdraaien in zijn graf. Opnemen in DSM-V: ja! Maar niet om kinderen bij wie zich het syndroom aan het ontwikkelen is behandelingen te kunnen laten ondergaan door hulpverleners.
Hoe zei Gardner het ook weer toen hij in 1999 in de Grote Kerk te Breda zijn boek presenteerde?
Met deze cryptische formulering bedoelde Gardner dat hij de rechter aanwees als geneesheer, niet de hulpverlener.
In 2001 heeft Gardner de resultaten van een empirisch onderzoek [vertaling] gepubliceerd:
Over de rol van de therapeut liet Gardner in hetzelfde onderzoeksrapport geen enkel misverstand bestaan:
Waarom is het dan, ook en vooral voor DSM-gebruikers (psychodiagnostici, hulpverleners), tòch belangrijk dat PAS een plaats krijgt in DSM-V? In een relatief groot aantal gevallen worden psychologen en andere gedragskundigen (therapeuten, maatschappelijk werkers etc.) door een ouder of door de rechter ingeschakeld als hulpverlener/therapeut in echtscheidingssituaties, bijvoorbeeld om een niet-functionerende omgangs- of zorgregeling te onderzoeken en te begeleiden. Een hulpverlener die afwijzend staat tegenover PAS als serieus syndroom en die traditionele therapie gaat toepassen realiseert zich in voorkomende gevallen niet dat hij zich daardoor in wezen voor het karretje van een verstotende ouder laat spannen en dat zijn "therapie de situatie alleen maar erger maakt omdat traditionele therapeuten normaliter juist het tegenovergestelde doen van wat PAS-kinderen nodig hebben".
Een integer hulpverlener zal zich daar rekenschap van geven en de gevraagde averechts werkende hulp weigeren. Hij dient zo nodig naar de rechter te verwijzen als de meest aangewezen "behandelaar".
Dit laat onverlet dat er voor de secundaire gevolgen van het ouderverstotingssyndroom op latere leeftijd, zoals depressie, wel degelijk deskundige therapeutische hulp met aandacht voor een eventueel PAS-verleden beschikbaar moet zijn.
In het uiterste geval zal, indien PAS opgenomen is in DSM-V, een hulpverlener die de juiste diagnose heeft gemist en een foute "behandeling" heeft toegepast tuchtrechtelijk ter verantwoording kunnen worden geroepen.
Wat nu te denken van Chelsea Williams uit Oregon? Haar pleidooi voor PAS-registratie werd spontaan warm onthaald door veel Nederlandse vaders. Maar misschien is het toch beter om daar nog eens over na te denken. Chelsea Williams blijkt dan een medestander van de soort waarbij je geen tegenstanders meer nodig hebt.