UBI IUDICIA
DEFICIUNT INCIPIT BELLUM
Hugo Grotius (1583-1645): De iure belli ac pacis, liber II,
caput I, par 2.
(Hugo de Groot: Over
het recht van oorlog en vrede, boek 2, hoofdstuk I, paragraaf 2.)
Bovenstaand adagium is ontleend aan de beroemde Nederlandse
rechtsgeleerde Hugo de Groot. Sinds 1938 sierde de regel de grote zittingzaal
van het toenmalige gebouw van de Hoge Raad aan het Plein in Den Haag, gouden
letters, uitgebeiteld in de groenmarmeren muur, boven de hoofden van de
Raadsheren.
Boven de regel waren beeltenissen
aangebracht van vier grote wetgevers die de geschiedenis heeft voortgebracht:
de bijbelse Mozes, de griek Solon, de byzantijnse Justinianus en de franse
keizer Napoleon. Daaronder dus de spreuk en daar weer onder de Raadsheren van
vlees en bloed, bezig met het uitspreken van hun iudicia, hun
beslissingen.
Men kan de regel zien als een legitimatie, een
rechtvaardiging, voor de macht van justitie. Immers, het alternatief is oorlog
en dat wil niemand.
Met evenveel recht kan men in de symboliek
een vermaning zien van de wetgever aan de rechters om met een eerlijke
beslissing een eind te maken aan de rechtstrijd tussen rechtzoekenden. Een
vermaning aan de rechter tot zelfvertrouwen: een beslissing nemen vergt soms
moed, maar een rechtvaardige beslissing brengt vrede: de vrede van het recht,
die de onderdrukking overbodig maakt. Een vrede die zich zelf in vervulling
doet gaan.
In het familierecht ontaardt een rechtsstrijd niet zelden in
een regelrechte oorlog tussen ouders. Een door de wet uitgelokte
alles-of-niets-strijd om de kinderen. Een rechter die zegt: "het
oplossen van hun conflict is primair een verantwoordelijkheid van de ouders
zelf" en aldus het conflict uit de hand laat lopen, zou nog eens te
rade moeten gaan bij de grootste rechtsgeleerde die ons land heeft
voortgebracht: Hugo de Groot.
Welbeschouwd mag de spreuk van Hugo
de Groot ook omgedraaid worden:
--- Waar de rechtstrijd uit de hand is gelopen heeft de rechter gefaald ---
Het gebouw van de Hoge Raad aan het
Plein heeft plaats moeten maken voor de nieuwbouw van de Tweede Kamer.
Geografisch ongeveer op dezelfde plek, maar nu dus in de hal van de Tweede
Kamer, zijn de groenmarmeren panelen met het ingebeiteld adagium als relikwie
opgesteld.
In 1988 is de Hoge Raad verhuisd. Op
het bezoekadres aan de Kazernestraat is de regel eveneens opnieuw in de muur
gebeiteld, nu in de sobere hal.
Witte letters in witte steen.
Een gouden regel is het niet
meer.