WET BEVORDERING VOORTGEZET OUDERSCHAP - SAMENVATTING
(Het wetsontwerp is aangenomen door de Eerste Kamer op 25 november 2008 en als wet in werking
getreden op 1 maart 2009)
Mr Ir P.J.A. Prinsen
De wet beoogt de gelijkwaardigheid van ouders te garanderen, zowel van gehuwde als van
ongehuwde ouders, vóór dan wel ná de (echt)scheiding. Centraal staat het ouderschapsplan dat
ouders, gehuwd of ongehuwd, bij scheiding behoren af te spreken.
BW = Burgerlijk Wetboek
Rv = Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
-
Ouderlijk gezag
(Titel 14 BW)
- Het ouderlijk gezag omvat voortaan ook de plicht om de ontwikkeling van
de band van het kind met de andere ouder te bevorderen (art.247 lid 3 BW).
- Het kind heeft voortaan recht op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door
beide ouders (lid 4 en 5).
-
Ontneming gezag
(art. 251a BW).
De rechter kan één der ouders het gezag ontnemen indien:
-
het kind "klem of verloren dreigt te raken tussen de ouders" (lid 1 sub a),
- gezagswijziging in het belang van het kind noodzakelijk is (lid 1 sub b),
- het kind (ook jonger dan 12) dat zelf op prijs stelt (lid 4).
-
Ouderschapsplan
(art. 815 lid 2 en 3 Rv)
- De ouders moeten een ouderschapsplan opstellen met afspraken over:
- Bij gebreke van een ouderschapsplan kunnen de ouders:
- Geschillen over gezamenlijke gezagsuitoefening
(art. 253a BW).
De rechter kan desverzocht:
- een taakverdeling opleggen inzake zorg- en opvoeding (lid 2 sub a),
- een informatisering- en consultatieregeling opleggen (lid 2 sub c),
- een contactverbod opleggen aan een ouder (lid 2 sub a),
- het hoofdverblijf van het kind opleggen (lid 2 sub b),
- machtiging inschakeling sterke arm verlenen (lid 5 en art.812 lid 2 Rv).
- Geschillen worden binnen 6 weken behandeld door de rechter (lid 6).
-
Ontzegging van het zorgrecht
(art. 253a lid 4 juncto
art. 377a lid 3 sub d BW:
- De rechter kan een ouder het zorgrecht ontzeggen indien de zorg in strijd is
met zwaarwegende belangen van het kind.