"WAARHEIDSVINDING"?
Mr. Ir. P.J.A. Prinsen,
oud-advocaat
info@peterprinsen.nl
Malieveld Den Haag, 29 juni 2016
Laatst bijgewerkt: 14 augustus 2016
Onverschilligheid tegenover de waarheid heeft tweeërlei gevolg:
|
Kinderen groeien op in een wereld vol risico's voor hun ontwikkeling. Ouders beschermen hun kind tegen die risico's. Als ouders er alleen niet uitkomen dan kunnen zij aanspraak maken op ondersteuning krachtens de Jeugdwet.
Soms schieten de ouders tekort in hun pedagogische of beschermende taak, waardoor het kind komt bloot te staan aan ernstige bedreigingen voor zijn ontwikkeling. Dan kan interventie noodzakelijk zijn. De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt daartoe aan de kinderrechter om het kind onder toezicht te stellen van Jeugdbescherming (vroeger: Bureau Jeugdzorg), of zelfs om het uit huis te plaatsen.
Interventie is een buitengewoon ingrijpende gebeurtenis in het gezinsleven van ouders en kinderen, zo ingrijpend dat ouder en kind vaak bevangen worden door paniek.
Of er daadwerkelijk sprake is van een ernstig bedreigende situatie vormt van oudsher een groot probleem. In de wet ontbreekt een definitie of omschrijving daarvan. De enige eis die de wet stelt is: "De kinderrechter vermeldt in de beschikking de concrete bedreigingen in de ontwikkeling van de minderjarige".
De Raad moet zijn verzoek motiveren met concrete feiten en deze aanvoeren als "ernstige bedreiging". Die feiten kent de Raad van horen zeggen, vaak uit de tweede of derde hand. Ouders zijn niet aanwezig geweest bij het horen van de informanten. Zij hebben de wijze waarop informanten ondervraagd worden niet kunnen controleren en de informanten niet kunnen confronteren met hun weerwoord.
Al meer dan een halve eeuw protesteren vele ouders vergeefs tegen ongegronde beschuldigingen door kinderbeschermers. Op grond van die beschuldigingen werden hun kinderen onder toezicht gesteld of zelfs uit huis geplaatst. De autoriteiten (inclusief de kinderrechters) reageerden steevast met: "In het jeugdrecht gaat het niet om waarheidsvinding". Daarmee bedoelen zij waarschijnlijk dat de beschuldigingen, vals of niet, alleen maar een 'aanleiding' vormden voor het onderzoek, maar dat het onderzoek los daarvan als conclusie heeft opgeleverd dat er sprake is van "ernstige bedreiging". Dat die betwiste beschuldigingen dan toch in het rapport breed worden uitgemeten, tja...
Klachten van ouders werden door de nationale ombudsman herhaaldelijk gegrond bevonden, maar dat had nooit effect.
In de NRC van 19 maart 2011 verscheen een opiniestuk van ondergetekende onder de titel "Of beschuldiging waar is, doet er bij kinderrechter niet toe".
Na enkele kritische reacties in NRC op het opiniestuk vanuit de jeugdzorgwereld mengde de (toenmalige) nationale ombudsman Brenninkmeijer zich in dit openbare debat met een artikel in het Tijdschrift voor Familie- en Jeugdrecht (FJR). Daarin rekende hij af met de critici uit de jeugdzorgwereld en verklaarde zich "meer [te kunnen] vinden in de zienswijze van Prinsen". "Hoe moeten professionals in jeugdbeschermingszaken omgaan met feiten, met het vaststellen van feiten, met waarheid en waarheidsvinding?" Terecht maakte de nationale ombudsman onderscheid tussen 'waarheid' en 'waarheidsvinding'.
Sindsdien zijn de protesten van ouders tegen de valse beschuldigingen regelmatig onderwerp van het publieke debat. Dat debat wordt gevoerd onder de (oneigenlijke) titel 'waarheidsvinding'. 'Oneigenlijk' omdat de kritiek van de betreffende ouders niet gaat over het vinden van de waarheid maar over het uitbannen van onwaarheid.
In december 2011 publiceerde het Landelijk Cliëntenforum Jeugdzorg (LCJ, later opgegaan in het LOC) een brochure gewijd aan het probleem.
Op 8 oktober 2013 werd, dankzij actie van het LCJ (thans LOC), het amendement Van der Burg (VVD) en Bergkamp (D66) op het (toen nog) ontwerp Jeugdwet voorgesteld. Daarin werden de raden voor de kinderbescherming en de jeugdzorginstellingen uitdrukkelijk verplicht "de van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren".
Op 6 november 2013 organiseerde de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) een debat in De Balie te Amsterdam, over "De toon van het debat". Ondergetekende hield in een bijdrage een pleidooi voor het formeren van een "Waarheidscomité", met tot taak het realiseren van rechtsherstel in al die gevallen van onterechte uithuisplaatsingen.
Op 26 mei 2015 schreven ZORG+WELZIJN en diverse andere instanties naar aanleiding van het Jaarbericht 2014 van de Inspectie Jeugdzorg in hun blog-nieuwsbrief: 'Te veel valse beschuldigingen in de jeugdzorg'
Op 18 augustus 2015 pleitte D66-Tweede Kamerlid Vera Bergkamp voor het instellen van een commissie afgesloten jeugdzaken. Die commissie zou helderheid moeten verschaffen in afgeronde zaken waar bij betrokkenen twijfels over de juistheid van beslissingen blijft bestaan.
Tot op de dag van vandaag duren de protesten tegen valse beschuldigingen door de jeugdzorgketen voort...
Er zijn ontaarde ouders die aan weldenkende mensen de reactie ontlokken “Hier moet ingegrepen worden”. Ingrijpen kan dan noodzakelijk zijn en een weldaad voor hun kind.
Over die ouders gaat dit artikel niet.
Evenmin gaat dit artikel over ouders die te maken hebben met puberteitsproblemen van hun kind en voor wie het een zegen is dat zij aanspraak kunnen maken (op grond van de jeugdwet) op hulp van Jeugdzorg. Zij profiteren van tips en trucs waarmee zij de opvoedingsproblematiek draaglijk kunnen maken en als dat onvoldoende lukt kan hun kind opgevangen worden in een pleeggezin of instelling, waardoor er rust komt in hun leven en dat van hun kind.
Dit artikel gaat niet over de weldaden, maar over de wandaden van de Jeugdzorgketen. Als we ons bewust zijn van de positieve kanten mogen we niet onze ogen sluiten voor de negatieve kanten als die er zijn.
Dit artikel gaat over de ouders in de jeugdzorg die protesteren tegen "schending van kinder- en mensenrechten". Tegen, zoals sommigen dat noemen: "verkrachting van de Rechtsstaat", en "een cultuur van misleiding" in sommige zaken.
Die ouders – het zijn er veel – protesteren wanhopig omdat hun kinderen op valse gronden uit huis zijn gehaald en zijn afgevoerd naar een geheim adres.
Autoriteiten doen die protesten nog altijd geringschattend af als “uitingen van ontevreden ouders”. Wie dat durft te zeggen getuigt niet van enig besef van urgentie. Van besef dat er een eind moet komen aan deze "wandaden".
Ongetwijfeld hebben zich bij de protesterende ouders ook ouders aangesloten die daar niet thuishoren. Bijvoorbeeld omdat zij zich verzetten tegen een maatregel die welbeschouwd als terecht moet worden aangemerkt. Zoals gezegd: over die ouders gaat dit artikel niet.
In dit artikel neem ik als voorbeeld de zaak die in de hiervoor genoemde publicatie uit 2011 werd besproken, een zaak uit eigen praktijk. Is er sindsdien iets veranderd? Ja, er zijn protocollen opgesteld, maar voor de waarheidsgetrouwheid van de rapportages hebben deze geen enkel effect. Kinderrechters doen nu eenmaal niet aan waarheidsvinding, daar kan geen protocol wat aan veranderen. En dan is voor de jeugdzorg- of kinderbeschermingrapporteur de verleiding wel erg groot om eigen (voor)oordeel of prestatiedrang zwaarder te laten wegen dan de waarheid. En al helemaal als (voor)oordeel of prestatiedruk van hoger hand is opgelegd.
De aangehaalde citaten zijn letterlijk overgenomen uit het procesdossier van de zaak uit 2011. In die zaak heb ik het optreden van de gehele jeugdzorgketen, tot en met de kinderrechter, van begin tot eind meegemaakt. Ik heb de "schending van kinder- en mensenrechten" in de jeugdzorgketen met eigen ogen waargenomen. Zaken als deze zijn ook nu nog geen uitzondering, niet alleen in mijn eigen praktijk, maar ook in die van veel "weldenkende" advocaten.
Dit artikel gaat over ouders die in het jeugdrecht hun zaak volledig uit de hand hebben zien lopen en die geen enkele mogelijkheid hebben om dingen recht te zetten. Hun gezin en het leven van hun kind is een nachtmerrie geworden waaraan niet te ontsnappen is.
Rapporten mogen zij corrigeren voor zover het geboortedata en huisnummers en zo betreft. Inhoudelijke betwistingen worden niet serieus genomen. Zij worden als bijlage aan het rapport gehecht, maar in het rapport zelf blijven de gewraakte passages vaak staan. De betwistingen worden genegeerd. Alle betrokken autoriteiten, van hoog tot laag, beroepen zich op het mantra "Wij doen niet aan waarheidsvinding".
Professionals in de Jeugdzorg gebruiken het mantra "Wij doen niet aan waarheidsvinding" als een toverformule om het verwijt van onwaarheden te smoren. Deze professioneel aandoende term is steeds hun laatste woord.
Maar Waarheidsvinding, wat is dat eigenlijk?
Liever stel ik de omgekeerde vraag. 'Niet aan waarheidsvinding doen', is dat:
Nee, natuurlijk. Maar toch staan protesterende ouders telkens met de mond vol tanden! Dat overkomt zelfs journalisten die met draaiende camera jeugdbeschermers of kinderrechters aan de tand voelen. Hoe komt dat?
Het mantra ‘Wij-Doen-Niet-Aan-Waarheidsvinding’ is een drogreden van het type Stropop. Het is afkomstig van de spindoctors van Kinderbescherming en Jeugdzorg die een standaard weerwoord hebben bedacht om protesterende ouders de mond te snoeren. De Stropop-weerlegging gaat als volgt:
Waarheidsvinding is rechtstheoretisch inderdaad niet de taak van Jeugdzorg maar van de rechter. Maar het protest ging over wat anders: Jeugdzorg hoort de waarheid te spreken, dáár hadden de ouders het over. Door te beginnen over 'waarheidsvinding' creëert de jeugdzorgprofessional een spraakverwarring en deze spraakverwarring heeft zich tot in het publieke debat voortgeplant. Geniaal, maar onethisch.
Het schermen met het rechtstheoretisch leerstuk ‘waarheidsvinding’ is gewichtigdoenerij met een door leken niet begrepen term. Het is potjeslatijn van Jeugdzorg. Jeugdzorg en Kinderbescherming hebben de rechtsplicht om de feiten volledig en naar waarheid aan de rechter voor te leggen. Zo staat het in de wet.
‘Waarheidsvinding’ en, vervolgens, ‘rechtsvinding’, zijn taken van de rechter, maar, zoals gezegd: Kinderrechters verzaken hun taak. Zij zien de Raad en Jeugdzorg als adviseur van de kinderrechter, niet als partij in een juridisch debat en dat ontslaat de rechters dan weer van hun controlerende taak volgens het bewijsrecht (“wie stelt bewijst”).
Hielden de ouders nu maar vast aan hun protest tegen valse beschuldigingen en misleiding. Maar nee, zij nemen de stropop over en spreken met grote verontwaardiging op hun sociale media schande met de woorden:
“Jeugdzorg doet niet aan waarheidsvinding!”
Dit heeft geleid tot aandacht van media en politiek.
En ziedaar: het publieke en politieke debat wordt gevoerd onder de naam “Waarheidsvinding”, precies zoals de spindoctors het wilden. Het oorspronkelijke thema 'valse beschuldigingen' als op zichzelf staand thema is daarin volkomen verwaterd.
Wat is repressieve tolerantie:? Daarvan spreekt men als de overheid een stem (en financiering) geeft aan een lastige protestgroep, bijvoorbeeld in de vorm van klachtencommissies, cliëntenraden, vertrouwenspersonen. Met die quasi-tolerante opstelling beoogt de overheid het debat onschadelijk te maken voor het bestaande beleid. Bijvoorbeeld door manipulatie door middel van het stichten van spraakverwarring en 'framing'.
Dat is wat hier is gebeurd. Ouders, en hun medestanders in media en politiek, zijn in de val getrapt van repressieve tolerantie: het oorspronkelijke protest tegen brutale onwaarheden, willekeur, misleiding en vooroordeel is gesmoord in een oeverloos lekendebat over het rechtstheoretische leerstuk ‘waarheidsvinding’. Dat debat wordt gedomineerd door de spindoctors van Kinderbescherming en Jeugdzorg.
Repressieve tolerantie werkt als een sluipend gif dat het openbare debat vergiftigt. Een toonbeeld daarvan is het in 2013 verschenen rapport “Is de zorg gegrond” van de vorige kinderombudsman Dullaert.
Door de natie werd Dullaert als een heilige vereerd. Zijn rapport is voor mij de grootste deceptie in mijn carrière geweest. Het rapport is geschreven vanuit het perspectief van de jeugdzorgprofessionals. Protesten van ouders over de onwaarheden en valse beschuldigingen door Jeugdzorg worden geplaatst in het kader van ontevredenheid met de voor hen nadelige conclusies die Jeugdzorg in hun casus trekt. Het rapport ging niet meer over onwaarheden van Jeugdzorg, maar over 'waarheidsvinding', d.w.z. over de moeilijke zoektocht naar de juiste beslissing. Niet over, diplomatiek gezegd, "stop de vermijdbare onwaarheden".
De Kinderombudsman schrijft: “Concluderend kan worden gesteld dat het AMK, BJZ en de Raad over het algemeen professioneel en deskundig te werk gaan.”
Over de cultuur van onverschilligheid voor waarheid? Geen woord. Alleen maar: “Desondanks komen fouten in het onderzoeksproces en rapportages […]met enige regelmaat voor.”
En zijn aanbevelingen: méér protocollen, méér trainingen. Kortom: méér van hetzelfde.
Dankzij een amendement van de Tweede-Kamerleden Van der Burg (VVD) en Bergkamp (D66) is in de Jeugdwet een waarheidsplicht (die al sinds jaar en dag in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering stond) expliciet voor de raad voor de kinderbescherming en Jeugdzorg opgenomen:
De raad voor de kinderbescherming en de gecertificeerde instelling zijn verplicht in rapportages of verzoekschriften de van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren.
Zijn we er nu? Is het debat hiermee beëindigd?
Voor de praktijk betekent het slechts, dat de raad en jeugdzorg tegen protesterende ouders niet meer mogen zeggen dat ze “niet aan waarheidsvinding doen”.
De indieners van het waarheidsamendement echter zijn zeer vasthoudend en verdienen steun. Zij verdedigen zeer vasthoudend de bedoeling van het nieuwe wetsartikel tegenover de minister van Veiligheid en Justitie. De minister van zijn kant volgt braaf de aanbevelingen van de kinderombudsman: meer protocollen, beter hun best doen, meer van hetzelfde. Het laatste woord is hier nog niet over gezegd.
De cultuur bij Jeugdzorg, Kinderbescherming, AMHK en alle instellingen is vergiftigd.
Vergiftigd door minachting voor de waarheid - de hoeksteen van een Rechtsstaat.
Op 5 november 2013 schreef de toenmalige bestuursvoorzitter BJAA (Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam) Erik Gerritsen in een artikel in Binnenlands Bestuur:
“Natuurlijk moet jeugdzorg ruimhartiger worden in het toegeven van fouten, maar er is meer nodig dan dat.”
Inderdaad: er is meer nodig dan dat. Maar niet nog meer protocollen en trainingen. Niet nog meer papieren tijgers.
Er is behoefte aan een Juristencomité Jeugdzorg en Kinderbescherming, bestaande uit onafhankelijke kritische juristen met als taak: het voorbereiden van