Klik hier zonodig voor weergave met frames

FEITEN OF MENINGEN?

EEN WAARHEIDSKAMER VOOR KINDERRECHTERS

Mr Ir Peter Prinsen

home

Leiden, 5 februari 2011

Ouders die in het jeugdrecht hun zaak volledig uit de hand zien lopen hebben geen enkele mogelijkheid om dingen recht te zetten. Hun gezin en het leven van hun kind is een nachtmerrie geworden waaraan niet te ontsnappen is, en zelfs ŗls in een enkel geval de nachtmerrie toch nog eindigt komt het nooit meer goed in hun gezinsleven.

Het is soms een alledaags incident, soms een andere aanleiding waarom Jeugdzorg hun kinderen weghaalt. En ŗls er een serieuze aanleiding is waarvan de oplossing voor de hand ligt, dan is ieder voorstel voor een plan van aanpak bij Jeugdzorg aan dovemansoren gericht.

Het gebeurt altijd op verraderlijke manier met veel intimidatie, van het ene moment op het andere. Hun kind, dat er niets van begrijpt en in paniek raakt, wordt naar een locatie gebracht die weken tot maanden geheim wordt gehouden. Ter voorbereiding op het eerste contactmoment met de ouders (een week of drie later, een uurtje per 2 weken onder toezicht op het kantoor van Jeugdzorg) wordt het kind belast met een strikte geheimhoudingsplicht zodat de ontmoeting met de ouders al die maanden beladen is met angst voor versprekingen. Na enkele ontmoetingen schrijft Jeugdzorg:

"De bezoekregeling met u roept dusdanig veel spanningen op dat uw dochter angstig is, reden waarom de bezoekregeling voor drie maanden wordt stopgezet".

In een professioneel ogend rapport van Jeugdzorg lezen de ouders als hun kind al enkele weken uit huis is wat zij in de fax van Jeugdzorg aan de kinderrechter ook al hadden zien staan: "jarenlange kindermishandeling" als "hypothese". Maar tot hun verontwaardiging zien zij dat de hypothese zonder onderzoek als vaststaand "feit" in het rapport is vermeld. In een kluwen van volgende rapporten wordt dit "feit" klakkeloos als vaststaand uitgangspunt genomen. Hun advocaat maant zijn cliŽnten om Jeugdzorg vooral niet tegen te spreken...

Wijzen ouders toch op de onjuistheid van de beschuldigingen dan krijgen zij van Jeugdzorg te horen:

"Daar gaat het niet om in het jeugdrecht. Waarheidsvinding behoort niet tot onze taak".

Wijzen zij erop dat hun kind niets mankeert en het voortreffelijk doet op school, dan lezen zij tot hun verbijstering in een volgend rapport:

"Het kind komt over als een zwaar beschadigd meisje als gevolg van jaren lang huiselijk geweld. Juist het feit dat zij ogenschijnlijk niets mankeert en 'gewoon meedoet op school', zou gezien kunnen worden als zorgelijk. Hieruit blijkt namelijk dat zij al jaren rondloopt met een groot geheim en dit nooit met iemand heeft kunnen delen".

Wijzen zij op de innerlijke tegenstrijdigheid ("Komt over als zwaar beschadigd" versus "mankeert ogenschijnlijk niets"), dan is het antwoord wederom:

"Daar gaat het niet om in het jeugdrecht. Waarheidsvinding is niet onze taak".

Kaarten zij het aan bij de Externe klachtencommissie (voorgezeten door een kinderrechter), dan opent de voorzitter met de woorden:

"Vooraf moet ik u erop wijzen dat het in het jeugdrecht niet gaat om waarheidsvinding".

Klagen zij bij de Raad voor de Kinderbescherming over het klakkeloos overnemen van evidente onzin, dan krijgen zij te horen:

"In het jeugdrecht gaat het niet om waarheidsvinding".

Komen zij bij de kinderrechter, dan opent ook die de zitting (met gesloten deuren!) met de woorden:

"Vooraf moet ik u erop wijzen dat het hier niet gaat om waarheidsvinding".

Hoe rechtvaardigt Jeugdzorg het niet aan waarheidsvinding doen?

De Bezwaarschriftencommissie Jeugdzorg daarover:

"Bij de verslaglegging worden de verschillende meningen niet gepresenteerd als feiten maar is sprake van een duidelijke bronvermelding".

Dit is, ook voor zover dat gebeurt, een drogreden. Dit is geen rechtvaardiging voor het presenteren van regelrechte verzinsels. En verder: bronvermelding brengt de waarheid niet dichterbij omdat de bronnen van Jeugdzorg vooral Jeugdzorg zelf is en voor het overige ontoegankelijk zijn:

Moet Bureau Jeugdzorg aan waarheidsvinding doen?

Deze vraag stond centraal in een recente documentaire over Oudernetwerk Jeugdzorg Gelderland van TV Gelderland . De ervaringen van twee gezinnen werden in beeld gebracht.

Moeder 1 zag haar (pleeg)kinderen weggehaald worden omdat zij zich volgens een rapport onttrok aan begeleiding van Jeugdzorg. Maar dat zij niet door Jeugdzorg werd begeleid was geen wonder, want de begeleiding was in handen van Pleegzorg. Jeugdzorg gaf toe dat moeders bezwaar feitelijk gegrond was, maar rekende het niet tot zijn taak om de beschuldiging van onttrekking aan begeleiding uit het rapport te schrappen. "Waarheidsvinding is immers niet onze taak". Gevolg: de kinderen die al 7 jaar door haar werden verzorgd werden op onjuiste grond weggehaald.

Van moeder 2 was het 6-jarige dochtertje in huis ongelukkig ten val gekomen. Behalve deze dramatische gebeurtenis moest het kind ook nog ervaren om uit huis gehaald te worden en in een vreemde omgeving zonder de eigen ouders terecht te komen, vol onzekerheid en zonder te begrijpen waarom.

Lezing Quick-Schuijt.

Voor Oudernetwerk Jeugdzorg Gelderland was dit aanleiding om oud-kinderrechter Mr. Quick-Schuijt, vast en zeker getraind in zindelijk denken, uit te nodigen om met een lezing te reageren op de reportage.

Geschoold in de retorica is Quick-Schuijt zeker, maar dan in de retorica van de sofistenschool. Haar lezing is hiernaast weer te geven. Het is een aaneenschakeling van drogredenen met als favoriet de "stropop": verdraai de stelling van je wederpartij en ga die verdraaide stelling bestrijden. Het lijkt dan alsof je gelijk hebt en je wederpartij is sprakeloos. Haar lezing is geanalyseerd op argumentatiefouten en de annotaties zijn met hyperlinks in de tekst van haar lezing aangegeven.

(Een printbare versie met inspringend geinserreerde annotaties is hier beschikbaar).

Feiten en meningen

Duidelijk onderscheid maken tussen feiten en meningen is een kwaliteitskenmerk van een professionele organisatie. Meningen moeten gebaseerd zijn op deugdelijk vastgestelde feiten en daaruit logisch voortvloeien. Blijken de feiten later niet te kloppen, dan moet de mening bijgesteld kunnen worden en moeten gevolgen zo goed mogelijk ongedaan gemaakt worden.

Deze wijsheid is voor de weldenkenden onder ons vanzelfsprekend, maar we moeten niet vergeten dat het een verworvenheid is van vier eeuwen Verlichting en filosoferen over methodologie. Ooit was het anders: toen draaide de zon om de aarde en werden heksen verbrand, en wie beweerde dat het anders zat kreeg levenslang huisarrest of belandde zelf op de brandstapel.

Met veel retorische misleiding betoogt Quick-Schuijt in haar lezing dat in het jeugdrecht niet de feiten er toe doen, maar de meningen van de onderzoekers. Daar hebben de jeugdzorgers een term voor bedacht, even suggestief als demagogisch: het "niet-pluis-gevoel". Dat nu brengt ons terug bij de Inquisitie. En net als toen komt ook de moderne inquisitie handen te kort.

Perfide misbruik van de Savanna-zaak

Jeugdzorg schermt ermee dat kinderen in de thuissituatie gevaar kunnen lopen en dat afwending van dat gevaar in het gedrang komt als we hoge eisen gaan stellen aan het bewijs. Daarom moet volgens Jeugdzorg het z.g. "niet-pluis-gevoel" van de jeugdzorgwerker voldoende zijn. Altijd wordt ter rechtvaardiging van deze opvatting de Savanna-zaak (september 2004: meisje kwam om door ondervoeding en bizarre bestraffing door de moeder terwijl een onder toezicht stelling van kracht was) erbij gehaald. Maar die zaak toonde nu juist dat het pluis-of-niet-pluis-gevoel van de jeugdzorgwerker een zeer hachelijke basis is voor beleid in de jeugdzorgcasuÔstiek. "Pluis-of-niet-pluis-gevoel" als grond voor handelen of niet handelen leidt tot een onprofessionele cultuur en tot even onprofessionele beslissingen, met in dit geval fataal gevolg. Het getuigt van een perfide houding om juist deze zaak ter verdediging van het niet-pluis-beleid aan te voeren.

Misbruik van spoedconstructie

De niet-pluis-opvatting steunt dan ook niet op de wet. De wet schrijft een degelijke, professionele aanpak voor.

Waar de wet spreekt van onderzoek en behandeling van het verzoek, onderzoeken en toetsen de meeste kinderrechters nimmer of zich in werkelijkheid een "onmiddellijk en ernstig gevaar voor de minderjarige" voordeed. In de praktijk is slechts het niet-pluisgevoel van de maatschappelijk werker de grondslag voor een geheime machtiging van de kinderrechter aan Jeugdzorg om het kind weg te halen. Zonder ook maar de minste rechtvaardiging hebben de ouders maanden lang vervolgens geen enkele toegang tot hun kind, dat in trauma verkeert als gevolg van deze "ontvoering". De ouders kunnen geen deskundige inschakelen om weerwoord te leveren op de stellingen van Jeugdzorg, die het zelf toegebrachte trauma van het kind maar wat graag afschildert als bewijs dat er heel wat aan de hand is met het kind. Het is dan ook meestal een illusie om te denken dat ouders bij de uiteindelijke behandeling ter zitting ook maar enige kans maken.

De mening van anderen

Maatregelen die niet werken

Hoe bereiken we dat Jeugdzorg en Kinderbescherming ophouden met op grond van oncontroleerbare beweringen kinderen uit huis te halen en ander onheil aan te richten? Remedies die in elk geval bewezen hebben niet te werken zijn:

om de doodeenvoudige reden dat Jeugdzorg overal lak aan blijkt te hebben en daar bij de kinderrechter "mee weg komt".

Bewaak de waarheidsvinding: stel een "waarheidskamer" in voor rechters

Het bewaken van de waarheid in het familie- en jeugdrecht is in de democratische rechtsstaat in het systeem der wet een taak en een plicht van de familie- of kinderrechter.

Achter gesloten deuren verzaken rechters hun plicht.

De problemen zijn inmiddels onhoudbaar. De Brandbrief van de Rotterdamse jeugdrechtadvocaten dateert alweer van december 2008. Er is een nette studiedag op gevolgd en in februari 2010 een rondetafelgesprek met een deels sceptische Commissie Jeugd en Gezin. In de Tweede Kamer klinkt de roep om Jeugdzorg op te heffen. Jeugdzorg vervangen door een organisatie met een nieuwe naam? Centra voor Jeugd en Gezin? Zoals de Voogdijraden vervangen werden door Raden voor de Kinderbescherming omdat er onder de oude naam niet meer gewerkt kon worden? Zoals AMK's en BJZ op hun beurt de gehate Kinderbescherming uit de wind moesten houden?

Dat is niet rationeel, want het leidt alleen maar tot een nieuw orgaan met mensen "met dezelfde mensenstreken".

Alleen rationele maatregelen zijn geŽigend om het jeugdrecht gezond te maken. Richt die maatregelen niet alleen op uitvoerders, zoals gezinsvoogden en hun leidinggevenden, maar op die gezagsdragers die in de Rechtsstaat verantwoordelijk zijn voor het respecteren van de waarheid: familie- en kinderrechters. Dwing rechters om verzoeken waarin evident een loopje wordt genomen met de waarheid in beginsel af te wijzen. Dat is het pragmatische aspect van jurisprudentie. Zo "werkt" het Recht.

Het rijtje tegen zaaksrechters te richten acties ( wraking , rechtsweigering ) moet daartoe met ťťn worden uitgebreid:

.

.

.

.

.